Ik dacht dat ik het kon

Ik dacht dat ik het kon. Onvoorwaardelijk liefhebben.
Ik dacht dat ik het kon. In liefde vrijlaten.

Een aantal jaren lang had ik geleerd om bij mezelf te blijven. Ik had geleerd om telkens weer los te laten. Ik dacht ik de lessen wel geleerd had.

En toen was daar “de liefde”. Hij was beschikbaar en bereikbaar.
Ik hoefde niet meer los te laten. Ik hoefde niet meer terug naar mezelf. Ik wilde alles ervaren wat er die jaren ervoor wel was gevoeld maar niet ervaren.

Als het dan eenmaal mag, dan ga je diep in verbinding. Waar je je eerst vast moest houden om niet te vallen in “de liefde”, is niet meer, en je geeft je over. Het was heftig. Het ging diep. Niet alleen de liefde maar ook de pijnen werden zichtbaar, en al snel werd de rem erop gegooid.

Ik wist goed dat ik het deze keer anders zou doen. Ik was heel bewust bezig. Als ik een pijnlijke emotie ervoer, dan deelde ik die. Niet zodat hij dat moest fixen, maar om samen te groeien. Samen praten, samen ontdekken, samenZIJN.

Maar zelfs in een spirituele relatie ben je bewust of onbewust bezig elkaar gerust te stellen of je bent op zoek naar geruststelling. Het ego verlangt toch een veiligheid en het ego gaat snel, heel snel. Als deze veiligheid niet meer in evenwicht is dan kunnen die diep opgeslagen gevoelens aangeraakt worden. Die gevoelens die je zo mooi hebt weggestopt en altijd hebt bedekt met liefde van anderen.

De fijne, en vooral geruststellende gedachtes die ik normaal had omdat hij “er was”, werden opeens gedachtes van pijnen verdriet omdat hij koos voor zichzelf. Ik ging denken, overdenken dat ik het anders had moeten doen. Ik zag dat ik ook voorwaarden had geschept.

Hoewel ik wist dat niemand recht heeft op een ander, voelde het opeens niet fijn om de ander los te laten. Het kleine kindje in mij schreeuwde om vastgehouden te worden.

Ik ging denken hoe ik het anders had kunnen doen. Hadden we maar… Had ik maar… Waar is het “mis” gegaan? Ik ging mezelf afwijzen en zo maakte mijn denken er een nog meer pijnlijkere ervaring van. Eigenlijk wilde we beide liefde ervaren, maar deden we het tegenovergestelde.

Het loslaten ging in etappes. Het bleef nog steeds aantrekken en afstoten. Soms was het weer vertrouwd en fijn totdat er opeens een ander was. Voor hem. Toen volgde alles heel snel achter elkaar zich op.

Bij ieder bericht moest ik weer dieper loslaten. Het waren namelijk nog steeds mijn geruststellende gedachtes geweest die mij op de been hielden. Alleen werd nu alles onder mijn voeten weggevaagd.

Elkaar vrijlaten is vrij makkelijk, als je weet dat de ander voor zichzelf kiest.
Elkaar vrijlaten blijkt heel lastig als je beseft dat er een ander is.
Loslaten in liefde blijkt dan opeens heel lastig.

Mijn gedachtes konden mij niet meer geruststellen. De enige weg die er nog over was, was om te voelen. Het toegeven aan de pijnlijke gedachtes en emoties. In het gevoel zakken. Niet om er dan vanaf te komen, maar omdat die rauwe pijn noodzakelijk was. Dat waren nog de donkere kanten.

Vanaf dag 1 wist ik dat er een reden was dat we elkaar hadden ontmoet. Nu zie ik pas het hele plaatje. We hebben elkaar ontmoet om leren los te laten.

Iemand loslaten in liefde is een rouwproces. Deze kent vele vormen en er is geen tijd aan gebonden. Gun jezelf die tijd om te helen. Je kan in de armen van iemand anders lopen, maar dan kom je jezelf ooit nog een keer tegen.

Ik ben blij dit te hebben mogen ervaren. Deze innerlijke crisis is weer een stapje naar mijn hogere bewustzijn.

Nu gun ik hem, en mij, de wijsheid die we weer mogen ervaren. Die liefde voor mij, voor hem en voor alles wat is.

Bon voyage. De reis gaat door.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.